SONGTEKSTEN

 

Oude Haas (titelsong)

Als ik kom aangereden staat hij al op het pad.

Een veel te grote regenjas, zijn grijze haren nat.

Hij zwaait en lacht, wijst aan waar ik de auto moet parkeren.

Het is en blijft een directeur, hij houdt van dirigeren.

'k Stap uit en buig voorover, ik kus hem op de wang.

Het blijft een raar verhaal: we waren vroeger even lang.

Nu is hij een kop kleiner, dunner ook en pezig.

Behalve dan zijn oren, die zijn prominent aanwezig.

   M'n vader is een haas, kijk daar loopt ie door het veld.
   M'n vader is een haas, waarom heeft niemand dat verteld.
   Nu snap ik waarom ik altijd graag buiten wilde zijn
   en nooit een hamster ambieerde of een konijn.
   M'n vader is een haas.

 

Duet

Lig je alleen in je eentje in bed.
Pak dan je smartphone en doe een duet.
Eerst zing je in, en daarna zing je mee.
Een duet, alleen met z'n twee.

LIGHT VERSE

 

Liefde & Haat

refrein in 't Hollands:

Liefde en haat liggen dicht bij elkaar.
Nogal cliché en dus ook: nogal waar.
Of je zwijgt of je praat.
Of je blijft of je gaat
weg tussen liefde en haat.

 

refrein in 't Fries:
Leafde en hate lizze ticht by inoar.
Bytsje klisjee, ach wat joust derfaor.

Of do swijt of datsto praat,

bisto fijân of myn maat.

It leit tusken leafde en hate.

 

refrein in 't Drents:

Liefde en haot ligt dicht bij mekaor.

Dat is aordig cliché en dus ok: nogal waor.

of ie zwiegt of daj praot,

of ie blieft of daj gaot

weg tussen liefde en haot.

 


 

 

Why? Pourquoi? Warum?

Ooo, dus daarom.

 

SmartSong

Ik legde mijn smartphone dicht naast de jouwe.

Die was van zilver en ik had een gouwe.

Zag in je ogen tinten van blauw.

Ik legde mijn smartphone op die van jou.

 

...

en geen Palm want m'n tent was maar klein.


...

silent sex in een bungalotent.

 

...

deze Roos is ontzettend getrouwd.

 

...

en met smart verlaat ik de tent.

 

 

GEDICHTEN

 

Een exoot

Kraai
fuut
kluut
gaai.

Alk
meeuw
spreeuw
valk.

Wouw
snip
kip
kauw.

Rose franjepoot
St. Helenafazantje (maar dat is een exoot).

 

Tijger dood

Ik zag een tijger lopen op de dijk.

Zijn silhouet leek verdacht veel op die rotkat van de buren

die altijd heel venijnig naar me loopt te gluren.

Alsof hij zeggen wil: nu leef je nog, straks ben je lijk.

 

Ik haat dat beest omdat ie altijd in mijn moestuin schijt.

Hij graaft niet eens een kuiltje (wat mij nogal verbaast).

En als hij er één graaft poept ie ernaast,

zodat die stinklucht zich daar onverdund verspreidt.

 

Ik pak mijn gun (die lijkt verdacht veel op mijn paraplu)

Ik zal die klotetijger eens een poepie laten ruiken.

Hoe durft hij moestuin als zijn kattenbak gebruiken.

Ik schiet hem neer. Directimento. Hier en nu.

 

Pang! Piefpafpoef. Yes! Recht in z'n gezicht.

Ik ben tevree en klap mijn paraplu weer dicht.